Wie heeft er nog de sleutel van jouw kaart?
Tijdens de Esri Industry Day bleef één vraag bij mij hangen: als het morgen misgaat, wie heeft dan nog grip op jouw GIS?
Ik begon midden jaren negentig in de geo. Er stond hier en daar een digitaliseertafel in de hoek van de kamer, kaarten kwamen op rollen uit de plotter en aan het einde van de dag stond de data op tape in een eigen serverruimte. We wisten precies waar alles stond en wie erbij kon. Niemand noemde dat destijds digitale soevereiniteit. Het was gewoon vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid zijn we voor een deel kwijtgeraakt. Ons werk draait nog steeds om kaarten, netwerken en assets. Van waterkeringen tot kabels, leidingen en openbare ruimte. Die informatie vormt de basis voor operationele processen en steeds vaker ook voor bestuurlijke beslissingen.
Alleen draait de onderliggende informatievoorziening tegenwoordig vaak op een combinatie van cloudplatformen, softwarediensten, koppelingen en externe infrastructuur. Dat maakt andere vragen belangrijk.
- Waar staat onze data?
- Wie heeft er toegang toe?
- Onder welk juridisch regime valt onze dienstverlening?
- Van welke leveranciers en technologie zijn we afhankelijk?
En misschien wel de belangrijkste vraag: kunnen we daadwerkelijk vertrekken als dat ooit nodig is?
Digitale soevereiniteit wordt een bestuurlijke vraag
Digitale soevereiniteit klinkt al snel als een technisch onderwerp. Dat is het niet meer.
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. Organisaties in onder meer overheid, energie, drinkwater, digitale infrastructuur en vervoer krijgen daarmee nadrukkelijk te maken met risicobeheersing, continuïteit en bestuurlijke verantwoordelijkheid rond hun digitale infrastructuur.
Dat verandert de aard van het gesprek.
“We gebruiken een gerenommeerde leverancier” is op zichzelf niet voldoende.
De relevante vraag is welke afhankelijkheden je hebt, welke risico's daarbij horen en welke maatregelen je hebt getroffen om de continuïteit van kritieke processen te waarborgen.
Voor GIS geldt dat misschien nog wel sterker dan enkele jaren geleden. GIS is allang niet meer alleen het systeem waarin kaarten worden gemaakt. Het is verweven met assetmanagement, storingsprocessen, vergunningverlening, planning, inspectie, crisisbeheersing en besluitvorming.
Als GIS niet beschikbaar is, raakt dat dus steeds vaker een primair proces.
Soevereiniteit is geen aan of uit schakelaar
Ik heb in de afgelopen dertig jaar beide uitersten voorbij zien komen.
Organisaties die vrijwel alles zelf wilden beheren en organisaties die zoveel mogelijk buiten de deur plaatsten.
Geen van beide modellen maakt je automatisch soeverein.
Je blijft afhankelijk van technologie, software, leveranciers, mensen, infrastructuur en verbindingen. Dat was in 1995 zo en dat is vandaag niet anders. De relevante vraag is daarom niet of je volledig onafhankelijk kunt worden. De vraag is welke afhankelijkheden je bewust accepteert en waar je zelf handelingsruimte wilt behouden.
Soevereiniteit is daarmee een glijdende schaal.
Weerbaarheid is iets anders. Dat is het vermogen om kritieke processen te kunnen voortzetten en herstellen wanneer een leverancier, platform, verbinding of andere schakel uitvalt. Dat vermogen moet je organiseren, testen en onderhouden.
Begin bij je data, maar stop daar niet
Data is een logisch startpunt.
Data is een logisch startpunt.
- Waar staat ze?
- Wie kan erbij?
- Wie bepaalt wat ermee gebeurt?
- Kun je haar exporteren en meenemen als dat noodzakelijk wordt?
Vroeger brachten we de tapes aan het einde van de dag zelf naar de kluis. De vraag achter die handeling is niet veranderd. Alleen is de kluis virtueel geworden. Maar bij een modern GIS landschap is alleen de data meenemen niet voldoende. Je hebt ook te maken met datamodellen, metadata, kaartservices, autorisaties, identity management, API's, koppelingen, configuraties, scripts, dashboards, licenties en beheerkennis.
Een bestand kunnen exporteren betekent nog niet dat je morgen op een ander platform verder kunt. Daarom hoort bij digitale soevereiniteit ook een architectuurvraag: Hoe vervangbaar zijn de onderdelen van onze GIS omgeving?
Hosting in Europa of het onderbrengen van systemen in een eigen infrastructuur kan onderdeel zijn van het antwoord. Maar alleen de locatie van een server bepaalt niet hoeveel controle je werkelijk hebt.
Ook contractuele afspraken, toegangsrechten, technische afhankelijkheden, beheer, gebruikte standaarden en de mogelijkheid om diensten te vervangen spelen een rol.
De echte test is je exit strategie
Een exit strategie klinkt soms alsof je van plan bent een leverancier te verlaten.
Zo zie ik het niet.
Een goede exitstrategie is vooral bewijs dat je begrijpt hoe je eigen informatievoorziening in elkaar zit.
- Welke data moet mee?
- Welke koppelingen zijn kritisch?
- Welke functionaliteit moet als eerste beschikbaar zijn?
- Welke kennis hebben we zelf nodig?
- Hoe lang mag een overgang duren?
- En welke afhankelijkheden accepteren we bewust?
Als je die vragen niet kunt beantwoorden, weet je eigenlijk ook niet precies hoeveel bewegingsruimte je vandaag hebt.
Daar zit voor mij de kern van digitale soevereiniteit.
Niet alles zelf doen, maar zorgen dat je kunt blijven kiezen.
Er bestaat geen standaardantwoord
Wat bij een netbeheerder werkt, past niet automatisch bij een waterschap, gemeente of infrastructuurorganisatie.
Tijdens de Industry Day visualiseerde Jeroen van Winden dit als een mengpaneel met verschillende schuifjes.
Dat beeld vind ik sterk.
- Hoeveel beheer doe je zelf?
- Welke infrastructuur gebruik je?
- Waar mag data staan?
- Welke afhankelijkheden accepteer je?
- Hoe snel moet je kunnen herstellen of migreren?
- Welke expertise wil je zelf in huis houden?
- En hoeveel kosten en complexiteit ben je bereid daarvoor te dragen?
Elke organisatie zal die schuifjes anders zetten. Dat is niet het probleem. Het risico ontstaat wanneer ze nooit bewust zijn ingesteld.
Dan draai je feitelijk op een fabrieksinstelling die ooit door iemand anders voor je is gekozen.
Vier vragen om vandaag op tafel te leggen
- Wat betekent digitale soevereiniteit concreet voor onze organisatie?
- Welke strategie hebben we voor de weerbaarheid van onze kritieke GIS processen?
- Welke exitstrategie is binnen onze huidige GIS architectuur daadwerkelijk uitvoerbaar?
- Welke kennis en capaciteit moeten we minimaal zelf behouden om grip te houden?
Wie deze vragen niet kan beantwoorden, heeft niet automatisch een soevereiniteitsprobleem. Maar waarschijnlijk wel een zichtbaarheidsprobleem.
En dat is een goede plek om te beginnen.
Een migratie leer je niet uit een draaiboek alleen
Tot slot nog iets uit de praktijk.
Een grote GIS migratie of ontvlechting is voor de meeste organisaties geen routinewerk. Veel organisaties maken zo'n traject één of misschien twee keer mee. En iets wat je zelden doet, wordt moeilijk een kerncompetentie.
Ik zie daarom organisaties waar het onderwerp al langere tijd op de agenda staat. Niet omdat een verandering technisch onmogelijk is, maar omdat eerst duidelijk moet worden wat er precies afhankelijk is van wat, welke risico's acceptabel zijn en hoe een realistische overgang eruitziet.
Bij Net4s hebben we dit soort vraagstukken van dichtbij meegemaakt bij netbeheerders, waterschappen en infrastructuurorganisaties.
Wat mij betreft begint zo'n traject daarom niet met de vraag welk platform je moet kiezen.
Het begint met het zichtbaar maken van je huidige situatie.
- Waar staan de schuifjes vandaag?
- Welke afhankelijkheden zijn bewust gekozen?
- Waar wil je meer handelingsruimte?
- En wat is ervoor nodig om daar te komen?
Dat gesprek voeren we graag. Niet met een standaardantwoord onder de arm, maar door eerst samen de kaart op tafel te leggen.
En te kijken wie de sleutels in handen heeft.
Esri ArcGIS
Esri ArcGIS
